ZEN IN HET ALLEDAAGSE LEVEN
Zen-brief 15 - januari 2021
Het zo-zijn kiest niet Elke mens maakt mee dat hij of zij in een situatie terecht komt die hij niet kiest. Soms overkomt dat mensen van jongs af aan. Maar er kan ook later in je leven iets gebeuren dat onontkoombaar is en waar je liever nooit mee te maken had gehad. Dat kan ziekte zijn van jezelf, of van een geliefde naaste. Het kan een tegenslag zijn. Of de corona crisis die wereldwijd mensenlevens bedreigt en neemt. Dagelijks zien wij wat mensen overkomt door zo’n onbekend virus waar we niet onmiddellijk een antwoord op hebben. De wijde wereld is nooit meer weg. Wij zien dagelijks vanuit ons huis hoe oorlogen en conflicten vluchtelingenstromen op gang brengen. Ver weg bestaat niet meer, alles is dichtbij, alles is hier-en-nu. Het wereldgebeuren is één gebeuren geworden. Stromen van mensen die vanuit het arme Zuiden naar het rijke Noorden willen om de situatie waarin hun leven terecht is gekomen te verbeteren, bij ons en met ons. Er is veel in het leven waarvoor mensen van overal op aarde niet kiezen, maar dat vele is ons leven. En met ons bedoel ik dan alle mensen op de klein geworden aarde, op dit bolletje in de kosmos. De kosmos, het universum waar we amper iets van weten, beter: waar we niets van weten. Het zo-zijn kiest niet. In zen spreken we van het zo-zijn: datgene wat er zomaar precies zó is vooraf aan elk denkbaar initiatief dat ik nemen kan. Elke morgen worden wij wakker en ontvangen wij het waakzame bewustzijn waarvan niemand weet wat het is, maar we zijn het. We ontvangen met ons bewustzijn heel ons typisch menselijke bestaan. Ik zal nooit iets anders kennen of ervaren als datgene dat hoe dan ook het bewustzijn te binnen komt dat ik bèn. Waarbij in zen het bewustzijn gezien wordt als de eenheid van lichaam en geest: er is géén twee. In het Nederlands kennen we daar zelfs geen goed woord voor, voor die éénheid van lichaam en geest… Gewoonlijk verstaan wij de term bewustzijn als het mentale bewustzijn dat we vaak afscheiden van het (lagere?) lichamelijke bewustzijn. Voor mijzelf spreek ik het liefst over het geestlichaam dat de mens is: die term verwijst in ieder geval naar de bedoelde éénheid van lichaam en geest die velen van ons zijn kwijtgeraakt. Maar wie naar mensen kijkt, ziet dat lichaam en geest nooit te scheiden zijn. Het zo-zijn kiest niet. Een beeld dat mij is bijgebleven is dat van een jochie in een vluchtelingenkamp in Syrië. Hij was een jaar of tien oud, en getuige geweest van moord en doodslag, van bommen die vielen en die met donderend geraas al het vertrouwde om hem heen verwoestten. De documentaire waarin hij te zien was ging over de noodzakelijke begeleiding die in het bijzonder kinderen nodig hebben na oorlogservaringen. In zijn geval probeerde een therapeute hem te laten spelen, hem te laten meedoen met het voetballen. Maar angstig en trillend bleef hij staan, met zijn rug tegen de muur veiligheid zoekend, en angstig om zich heen kijkend, ook naar de andere kinderen die zich wel aan het spel konden geven, die zich wel in het spel konden los- laten. Het jongetje had al zijn kracht nodig om zichzelf vast te houden. Hij was alle vertrouwen kwijt. Dat jongetje in Syrië wordt wakker zoals wij, maar in een heel andere omgeving. Het zo-zijn van zijn leefwereld is er ook voor hem al als hij opstaat. Hij heeft daar geen invloed op: het zo-zijn is er voorafgaande aan elk initiatief dat hij ook maar nemen kan. Naar geest en lichaam treft hij zich aan in DIT zo-zijn. Het zo-zijn kiest niet. Met het ontvangen van het waakzame bewustzijn bij het ontwaken komt mij de wereld te binnen zoals die is. En meer dan ooit leven we in een tijd waarin met digitale snelheid de hele wereld mij te binnen komt, de wereld die klein geworden is en waarin alles met alles verbonden blijkt te zijn. Dat is indrukwekkend, die steeds duidelijker naar voren komende verbondenheid van alles met alles, die in zen het ENE heet, het ENE kosmische gebeuren dat zich hier-en-nu precies zó toont. De corona-crisis maakt dat alledaags duidelijk: niemand weet waar en hoe het virus precies zich ontwikkeld heeft in China, en hoe het in verandering zich verder ontwikkelt en overal mensen besmet. Oorzaak en gevolg zijn overal, maar ze zijn zo complex dat niemand die precies kan traceren en verklaren. En niet anders is het met hetgeen het jochie in Syrië trof. Ook daar zijn oorzaak en gevolg zeer complex, niet analyseerbaar, tenzij men kiest voor een grove versimpeling. Men kan de politiek aanwijzen als oorzaak, maar hoe is dan precies deze politieke situatie ontstaan… Analyses willen ook laten zien dat de klimaatverandering de wortel van het kwaad is: de misoogsten in de Arabische landen heeft geleid tot opstanden en burgeroorlogen van mensen die in armoede, in honger en dorst terecht kwamen... Maar hoe is de klimaatcrisis ontstaan… wie was daar aanwijsbaar de veroorzaker van… Kies maar een ankerpunt, een vertrekpunt voor een theorie daarover… Maar die keuze kan nooit veel meer zijn als een grof sjabloon dat ik over de complexe wordingsgeschiedenis leg van de situatie waarin de wereld zich nu precies zó bevindt. Het corona virus, de oorlog in Syrië, de klimaatverandering… en zo kunnen we eigenlijk wel doorgaan met dingen die in de mensheid opkomen en waar we het begin noch het einde van kennen. In zen zeggen we dat het ENE noch begin noch einde kent. En dat valt mij ook op bij vele ziekten. Vanmorgen hoorde ik op de radio dat kanker de grootste doodsoorzaak van kinderen is in ons land. Hoe kan deze ziekte met zijn vele varianten jonge kinderen treffen…? In de nieuwsgaring wordt vaak gewezen naar de verontreiniging van ons milieu – niet slechts plaatselijk, maar opnieuw wereldwijd. Gewezen wordt op allerlei anorganische stoffen die wij als moderne mensen in ons dragen, en die de moeders onder ons in verhoogde concentratie via de moedermelk doorgeven aan hun kinderen. Een verontruste hoogleraar, zelf moeder, vraagt zich af wat het gevolg zal zijn voor het immuunsysteem van dit kind dat groeien gaat, dat steeds breder het mens-zijn gaat verkennen en delen. Ik moet daarbij denken aan de kanker die ik in mij draag, en waarbij in vertwijfeling als enig mogelijke verklaring wordt gegeven dat ik ooit ergens in aanraking ben geweest met een giftige stof die mijn immuunsysteem heeft aangetast. De stof is niet te traceren. Het kan letterlijk ik-weet-niet-wat zijn geweest: conserveringsmiddelen in het voedsel, schoonmaakmiddel, benzinelucht, uitlaatgassen, de gasuitstoot van de industrie in IJmuiden, zwemmen in een zijarm van de toen zo vervuilde Maas… Roept u maar. Het zo-zijn kiest niet. Een ankerpunt voor de verklaring van het zo-zijn is niet te vinden, al grijpen we ons graag vast aan een of andere deel-verklaring om er mee om te kunnen gaan dat alles voortdurend verandert, en dat wij zelf die veranderingen zijn. In de organisatie van het dagelijkse leven hebben we die deelverklaringen nodig. Als mens ben ik opgenomen in één groot samenhangend gebeuren waarin de klimaatverandering optreedt, oorlogen worden gevoerd, vluchtelingenstromen op gang komen, vervuiling en welvaartsziekten optreden… En daar moeten we in leven, daar moeten we iets aan doen, dat is ons leven. Een kind dat nu geboren wordt treft zichzelf aan in de wereld die er precies zó is, hier-en-nu, en die volop in verandering is. Maar ook een volwassene treft zichzelf aan in de wereld die er al is... en die onherroepelijk zal doorgaan te veranderen. Niets blijft zoals het is. Niemand blijft zoals hij of zij is. Het zo-zijn kiest niet. Voor veel mensen die met zen beginnen is dit inzicht vaak erg moeilijk te accepteren. Het lijden is niet te accepteren: boosheid en schuld-toewijzing zijn vaak het alternatief. Maar in zen kan ik het zo-zijn niet verklaren, niet bepalen, niet beheersen. Ook niet door een wetenschappelijk of religieus verklaringsmodel. Dat inzicht heeft te maken met de natuur van ons mens-zijn: wij zijn het bewustzijn dat we ik-weet- niet-waarvandaan zomaar ontvangen, dat zich zomaar voordoet als wat ik ben. Ik ben er als mens zelf getuige van dat mij alles zomaar te binnen komt. Dat mijn leven gebeurt vanuit het door mij niet-bepaalbare, vanuit wat ik niet ken, vanuit het neutrale NIETS. Ook al lijkt het er op dat ik mijzelf beheers en dat wij mensen het alomvattende gebeuren beheersen, op aarde en in de kosmos. Of ook al projecteer ik iets in het door- mij-niet-gekende dat mijn leven veroorzaakt en beheerst. Maar alles wat ik ben, waarneem en gewaarwordt doet zich simpelweg voor in het bewustzijn dat ik ben. In de zen-ervaring bèn ik dat alles… maar beheers ik niets… Het zo-zijn kiest niet. Het verschijnt in het NIETS, uit wat niet-bepaald en niet- verklaarbaar is door mij. Het verschijnt in het NIETS waar ik geen eigenschappen aan kan toekennen, geen goede en geen kwade. Wellicht is het startpunt van elke zen-ervaring de verwondering DAT het zó is, DAT de zon weer schijnt, zomaar… DAT er schoonheid is en DAT er goedheid aan het licht komt in het handelen van mensen. De mens die ook zelf aan zichzelf verschijnt uit het onverklaarbare NIETS – die mens is zelf de primaire bron van verwondering, van de vreugde DAT alles er zomaar is, DAT wij mensen er zomaar zijn als precies DIT unieke geestlichaam in precies DIT zó-zijn. In de beperktheid van het hier- en-nu: het ogenblik is de enige plaats van mijn bestaan. Buiten het ogenblik besta ik niet, weet ik niet, doe ik niet. De gedachte aan het verleden en de gedachte aan de toekomst kunnen zich slechts realiseren in DIT éne ogenblik. Waarbij de ervaring leert dat dit zo- zijn en het ogenblik altijd vervloeien en veranderen, opgaan in volgend nieuw zo-zijn in het nieuwe ogenblik. De beperktheid van dit hier-en-nu is een ópen beperktheid… altijd ópen voor verandering die onherroepelijk komt. Uit-zichzelf vernieuwt al wat er is, als in een veranderlijk stromen, als in een flow die de kosmos omvat en waarin ik toef. Als in een flow die ikzelf mede ben hier-en-nu. Het zo-zijn kiest niet. De ware natuur van ons mens-zijn onderkennen en accepteren is in het gaan van de zen-weg een voorwaarde om vrede en rust te vinden. Om thuis te zijn in de omstandigheden en in de veranderingen die zich voordoen en die ik zelf wonderlijk bèn, omdat ze zich nergens anders kunnen voordoen als in het bewustzijn dat ik zelf ben. Het zo-zijn in vrede ervaren als het énige startpunt voor al mijn handelen, als het énige startpunt voor al mijn denken, voor alle schoonheid die ik zie en voor alle goedheid waartoe een mens in staat is. Steeds weer nieuw vanuit het neutrale NIETS. Vooraf aan elk oordeel, vooraf aan boosheid en toewijzing van schuld. In verwondering - elke nieuwe ochtend weer - over het leven dat er zomaar is en dat ikzelf bèn. Elke morgen een nieuw begin. Kees van den Muijsenberg.
Zend   o   Sengtsjan
Zend o Sengtsjan
ZEN IN HET ALLEDAAGSE LEVEN
Zen-brief 15 - januari 2021
Het zo-zijn kiest niet Elke mens maakt mee dat hij of zij in een situatie terecht komt die hij niet kiest. Soms overkomt dat mensen van jongs af aan. Maar er kan ook later in je leven iets gebeuren dat onontkoombaar is en waar je liever nooit mee te maken had gehad. Dat kan ziekte zijn van jezelf, of van een geliefde naaste. Het kan een tegenslag zijn. Of de corona crisis die wereldwijd mensenlevens bedreigt en neemt. Dagelijks zien wij wat mensen overkomt door zo’n onbekend virus waar we niet onmiddellijk een antwoord op hebben. De wijde wereld is nooit meer weg. Wij zien dagelijks vanuit ons huis hoe oorlogen en conflicten vluchtelingenstromen op gang brengen. Ver weg bestaat niet meer, alles is dichtbij, alles is hier-en-nu. Het wereldgebeuren is één gebeuren geworden. Stromen van mensen die vanuit het arme Zuiden naar het rijke Noorden willen om de situatie waarin hun leven terecht is gekomen te verbeteren, bij ons en met ons. Er is veel in het leven waarvoor mensen van overal op aarde niet kiezen, maar dat vele is ons leven. En met ons bedoel ik dan alle mensen op de klein geworden aarde, op dit bolletje in de kosmos. De kosmos, het universum waar we amper iets van weten, beter: waar we niets van weten. Het zo-zijn kiest niet. In zen spreken we van het zo-zijn: datgene wat er zomaar precies zó is vooraf aan elk denkbaar initiatief dat ik nemen kan. Elke morgen worden wij wakker en ontvangen wij het waakzame bewustzijn waarvan niemand weet wat het is, maar we zijn het. We ontvangen met ons bewustzijn heel ons typisch menselijke bestaan. Ik zal nooit iets anders kennen of ervaren als datgene dat hoe dan ook het bewustzijn te binnen komt dat ik bèn. Waarbij in zen het bewustzijn gezien wordt als de eenheid van lichaam en geest: er is géén twee. In het Nederlands kennen we daar zelfs geen goed woord voor, voor die éénheid van lichaam en geest… Gewoonlijk verstaan wij de term bewustzijn als het mentale bewustzijn dat we vaak afscheiden van het (lagere?) lichamelijke bewustzijn. Voor mijzelf spreek ik het liefst over het geestlichaam dat de mens is: die term verwijst in ieder geval naar de bedoelde éénheid van lichaam en geest die velen van ons zijn kwijtgeraakt. Maar wie naar mensen kijkt, ziet dat lichaam en geest nooit te scheiden zijn. Het zo-zijn kiest niet. Een beeld dat mij is bijgebleven is dat van een jochie in een vluchtelingenkamp in Syrië. Hij was een jaar of tien oud, en getuige geweest van moord en doodslag, van bommen die vielen en die met donderend geraas al het vertrouwde om hem heen verwoestten. De documentaire waarin hij te zien was ging over de noodzakelijke begeleiding die in het bijzonder kinderen nodig hebben na oorlogservaringen. In zijn geval probeerde een therapeute hem te laten spelen, hem te laten meedoen met het voetballen. Maar angstig en trillend bleef hij staan, met zijn rug tegen de muur veiligheid zoekend, en angstig om zich heen kijkend, ook naar de andere kinderen die zich wel aan het spel konden geven, die zich wel in het spel konden los-laten. Het jongetje had al zijn kracht nodig om zichzelf vast te houden. Hij was alle vertrouwen kwijt. Dat jongetje in Syrië wordt wakker zoals wij, maar in een heel andere omgeving. Het zo-zijn van zijn leefwereld is er ook voor hem al als hij opstaat. Hij heeft daar geen invloed op: het zo-zijn is er voorafgaande aan elk initiatief dat hij ook maar nemen kan. Naar geest en lichaam treft hij zich aan in DIT zo-zijn. Het zo-zijn kiest niet. Met het ontvangen van het waakzame bewustzijn bij het ontwaken komt mij de wereld te binnen zoals die is. En meer dan ooit leven we in een tijd waarin met digitale snelheid de hele wereld mij te binnen komt, de wereld die klein geworden is en waarin alles met alles verbonden blijkt te zijn. Dat is indrukwekkend, die steeds duidelijker naar voren komende verbondenheid van alles met alles, die in zen het ENE heet, het ENE kosmische gebeuren dat zich hier-en-nu precies zó toont. De corona-crisis maakt dat alledaags duidelijk: niemand weet waar en hoe het virus precies zich ontwikkeld heeft in China, en hoe het in verandering zich verder ontwikkelt en overal mensen besmet. Oorzaak en gevolg zijn overal, maar ze zijn zo complex dat niemand die precies kan traceren en verklaren. En niet anders is het met hetgeen het jochie in Syrië trof. Ook daar zijn oorzaak en gevolg zeer complex, niet analyseerbaar, tenzij men kiest voor een grove versimpeling. Men kan de politiek aanwijzen als oorzaak, maar hoe is dan precies deze politieke situatie ontstaan… Analyses willen ook laten zien dat de klimaatverandering de wortel van het kwaad is: de misoogsten in de Arabische landen heeft geleid tot opstanden en burgeroorlogen van mensen die in armoede, in honger en dorst terecht kwamen... Maar hoe is de klimaatcrisis ontstaan… wie was daar aanwijsbaar de veroorzaker van… Kies maar een ankerpunt, een vertrekpunt voor een theorie daarover… Maar die keuze kan nooit veel meer zijn als een grof sjabloon dat ik over de complexe wordingsgeschiedenis leg van de situatie waarin de wereld zich nu precies zó bevindt. Het corona virus, de oorlog in Syrië, de klimaatverandering… en zo kunnen we eigenlijk wel doorgaan met dingen die in de mensheid opkomen en waar we het begin noch het einde van kennen. In zen zeggen we dat het ENE noch begin noch einde kent. En dat valt mij ook op bij vele ziekten. Vanmorgen hoorde ik op de radio dat kanker de grootste doodsoorzaak van kinderen is in ons land. Hoe kan deze ziekte met zijn vele varianten jonge kinderen treffen…? In de nieuwsgaring wordt vaak gewezen naar de verontreiniging van ons milieu – niet slechts plaatselijk, maar opnieuw wereldwijd. Gewezen wordt op allerlei anorganische stoffen die wij als moderne mensen in ons dragen, en die de moeders onder ons in verhoogde concentratie via de moedermelk doorgeven aan hun kinderen. Een verontruste hoogleraar, zelf moeder, vraagt zich af wat het gevolg zal zijn voor het immuunsysteem van dit kind dat groeien gaat, dat steeds breder het mens-zijn gaat verkennen en delen. Ik moet daarbij denken aan de kanker die ik in mij draag, en waarbij in vertwijfeling als enig mogelijke verklaring wordt gegeven dat ik ooit ergens in aanraking ben geweest met een giftige stof die mijn immuunsysteem heeft aangetast. De stof is niet te traceren. Het kan letterlijk ik-weet- niet-wat zijn geweest: conserveringsmiddelen in het voedsel, schoonmaakmiddel, benzinelucht, uitlaatgassen, de gasuitstoot van de industrie in IJmuiden, zwemmen in een zijarm van de toen zo vervuilde Maas… Roept u maar. Het zo-zijn kiest niet. Een ankerpunt voor de verklaring van het zo-zijn is niet te vinden, al grijpen we ons graag vast aan een of andere deel-verklaring om er mee om te kunnen gaan dat alles voortdurend verandert, en dat wij zelf die veranderingen zijn. In de organisatie van het dagelijkse leven hebben we die deelverklaringen nodig. Als mens ben ik opgenomen in één groot samenhangend gebeuren waarin de klimaatverandering optreedt, oorlogen worden gevoerd, vluchtelingenstromen op gang komen, vervuiling en welvaartsziekten optreden… En daar moeten we in leven, daar moeten we iets aan doen, dat is ons leven. Een kind dat nu geboren wordt treft zichzelf aan in de wereld die er precies zó is, hier-en-nu, en die volop in verandering is. Maar ook een volwassene treft zichzelf aan in de wereld die er al is... en die onherroepelijk zal doorgaan te veranderen. Niets blijft zoals het is. Niemand blijft zoals hij of zij is. Het zo-zijn kiest niet. Voor veel mensen die met zen beginnen is dit inzicht vaak erg moeilijk te accepteren. Het lijden is niet te accepteren: boosheid en schuld-toewijzing zijn vaak het alternatief. Maar in zen kan ik het zo-zijn niet verklaren, niet bepalen, niet beheersen. Ook niet door een wetenschappelijk of religieus verklaringsmodel. Dat inzicht heeft te maken met de natuur van ons mens-zijn: wij zijn het bewustzijn dat we ik-weet-niet- waarvandaan zomaar ontvangen, dat zich zomaar voordoet als wat ik ben. Ik ben er als mens zelf getuige van dat mij alles zomaar te binnen komt. Dat mijn leven gebeurt vanuit het door mij niet- bepaalbare, vanuit wat ik niet ken, vanuit het neutrale NIETS. Ook al lijkt het er op dat ik mijzelf beheers en dat wij mensen het alomvattende gebeuren beheersen, op aarde en in de kosmos. Of ook al projecteer ik iets in het door-mij-niet- gekende dat mijn leven veroorzaakt en beheerst. Maar alles wat ik ben, waarneem en gewaarwordt doet zich simpelweg voor in het bewustzijn dat ik ben. In de zen- ervaring bèn ik dat alles… maar beheers ik niets… Het zo-zijn kiest niet. Het verschijnt in het NIETS, uit wat niet-bepaald en niet- verklaarbaar is door mij. Het verschijnt in het NIETS waar ik geen eigenschappen aan kan toekennen, geen goede en geen kwade. Wellicht is het startpunt van elke zen-ervaring de verwondering DAT het zó is, DAT de zon weer schijnt, zomaar… DAT er schoonheid is en DAT er goedheid aan het licht komt in het handelen van mensen. De mens die ook zelf aan zichzelf verschijnt uit het onverklaarbare NIETS – die mens is zelf de primaire bron van verwondering, van de vreugde DAT alles er zomaar is, DAT wij mensen er zomaar zijn als precies DIT unieke geestlichaam in precies DIT zó-zijn. In de beperktheid van het hier-en-nu: het ogenblik is de enige plaats van mijn bestaan. Buiten het ogenblik besta ik niet, weet ik niet, doe ik niet. De gedachte aan het verleden en de gedachte aan de toekomst kunnen zich slechts realiseren in DIT éne ogenblik. Waarbij de ervaring leert dat dit zo-zijn en het ogenblik altijd vervloeien en veranderen, opgaan in volgend nieuw zo-zijn in het nieuwe ogenblik. De beperktheid van dit hier-en- nu is een ópen beperktheid… altijd ópen voor verandering die onherroepelijk komt. Uit-zichzelf vernieuwt al wat er is, als in een veranderlijk stromen, als in een flow die de kosmos omvat en waarin ik toef. Als in een flow die ikzelf mede ben hier-en-nu. Het zo-zijn kiest niet. De ware natuur van ons mens-zijn onderkennen en accepteren is in het gaan van de zen-weg een voorwaarde om vrede en rust te vinden. Om thuis te zijn in de omstandigheden en in de veranderingen die zich voordoen en die ik zelf wonderlijk bèn, omdat ze zich nergens anders kunnen voordoen als in het bewustzijn dat ik zelf ben. Het zo-zijn in vrede ervaren als het énige startpunt voor al mijn handelen, als het énige startpunt voor al mijn denken, voor alle schoonheid die ik zie en voor alle goedheid waartoe een mens in staat is. Steeds weer nieuw vanuit het neutrale NIETS. Vooraf aan elk oordeel, vooraf aan boosheid en toewijzing van schuld. In verwondering - elke nieuwe ochtend weer - over het leven dat er zomaar is en dat ikzelf bèn. Elke morgen een nieuw begin. Kees van den Muijsenberg.